Geduld, vakkennis en vertrouwen laten het naaiatelier van WerkSaam floreren

Na een langzame start gaat het het naaiatelier van WerkSaam Westfriesland voor de wind: een diverser klantenportfolio en cliënten die na hun leer-werkstage een baan vinden. En ondanks de coronacrisis lijkt het atelier dit jaar voor het eerst rendabel te worden.

“Het is niet eenvoudig om even een atelier voor een topmerk te beginnen. Verpakken of licht assembleren is een stuk makkelijker te realiseren”, vertelt teamleider Marita Schoonheijm van Werksaam. “Een atelier vraagt veel vakkennis en je moet de taal van de opdrachtgever spreken.” WerkSaam was volgens bedrijfsleider John de Wagt ook helemaal niet bezig met een atelier. Het kwam op zijn pad door de vraag van kledingmerk Claudia Sträter naar hoogwaardig naaiwerk. Het merk wilde een klein deel van de productie naar Nederland halen.

Verstand van het vak

Volgens De Wagt hebben ze het project op enkele onderdelen onderschat: “We waren gewoon heel enthousiast. Vooral omdat er toen net veel vluchtelingen waren die affiniteit hadden met confectie. We dachten puur bedrijfskundig: met een productielijn, een goede werkinstructie en wat advies over kwaliteit kunnen we een eind komen. Maar waar we elke keer tegenaan liepen is dat je verstand moet hebben van het vak. Je kan niet zomaar een rok op het niveau van Claudia Sträter in elkaar zetten. Ze zitten er bovenop of je het goede draadje hebt gebruikt. Dat gaat heel ver.”

NaaiatelierSchaap met vijf poten

Daarom ging WerkSaam op zoek naar iemand met confectie-ervaring en pedagogische vaardigheden en affiniteit met de doelgroep. Na lang zoeken vonden ze zo’n schaap met vijf poten: Schoonheijm, die behalve onderneemster en kostuummaakster ook docent is aan de meesteropleiding Coupeur. Sinds januari 2019 brengt zij haar expertise in. “Het is essentieel om een opdracht in goede banen te leiden en kwalitatief goed uit te leveren. Toen ik hier kwam vloog iedereen in en uit, er waren vooral leer-werkstages en dagbesteding. Het was daarom lastig om vooraf in te schatten of we de capaciteit en kwaliteit in huis hadden om een opdracht aan te nemen. Gelukkig heeft het naaiatelier nu een vaste kern. Mensen uit de oude sociale wekvoorziening of met een beschutte werkplek die het vak hier goed in de vingers hebben gekregen. Daardoor weet ik zeker dat het team goede producten op tijd kan leveren.”

Het vak is een middel

Ook haar ervaring als docent komt Schoonheijm goed van pas. Ze begeleidt cliënten intensief en gaat na wie geschikt is voor het vak. “Iedereen wil groeien, al vraagt dat bij sommigen veel oefenen.” Bij het atelier werken veel statushouders die in hun land van herkomst al in de confectie werkten. Dan is het naaiatelier een vertrouwde werkplek om werknemersvaardigheden op te doen. Vaak doen ze dat naast inburgeren, Nederlands leren en hun leven op de rit krijgen. Veel mannen besluiten toch om zich om te laten scholen tot bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeur omdat er in de confectie weinig werk is. “Maar er stromen ook mensen uit naar zeilmakerijen, wasserijen, verstelhuizen en een fabrikant van tenten.”

Flexibiliteit als kracht

Is klant van het eerste uur Claudia Sträter door de professionaliseringsslag tevreden? Dat zouden ze volgens De Wagt zeker zijn, als Corona geen roet in het eten zou hebben gegooid. “De winkels zijn dicht dus is er voor ons ook minder werk.” Schoonheijm vertelt dat het atelier zelfs een tijdje dicht was. “Sommige ateliermedewerkers zitten in de risicogroep of kunnen niet naar het werk reizen. Nu is het werk weer op gang gekomen, op veilige afstand van elkaar.”

WerkSaam ging op zoek naar ander werk; voor Schoonheijm een koud kunstje. “De mode-industrie is altijd in beweging, ik ben gewend daarop in te spelen. Het werk ligt op straat, zeker als je verder kijkt dan naaien. Zo verwerken we zachte materialen voor geluiddempende panelen en doen we naast herstelwerk ook orderpicking voor een fabrikant van bedrijfskleding.” Zelfs de coronacrisis biedt kansen: het atelier produceert nu kleine series operatieschorten en mondkapjes.

Mooie stappen

collageAl met al is de Wagt dik tevreden. “Je kunt cynisch naar het atelier kijken en zeggen dat honderd rokken naaien niets voorstelt. Maar de klant kan een sociale kant laten zien, voor ons is het mooi werk en het stimuleert andere bedrijven om productiewerk naar Nederland te halen. We hebben veel geïnvesteerd in de klant- en de ontwikkelkant en dat betaalt zich nu uit in vertrouwen. Vertrouwen van kleinere bedrijven in de regio die aarzelen om hun werk uit handen geven. Maar ook vertrouwen van werkcoaches om hun cliënten bij ons te plaatsen voor leer-werkstages. Die cliënten zetten mooie stappen: ze stromen steeds vaker door naar werk of een volgende fase. Ook financieel gaat het beter. Waar we de eerste twee jaar met min hebben afgesloten, verwacht ik dat het atelier in 2020 rendabel is. Toch knap onder deze omstandigheden.”