WW-uitkering

Wanneer het werk naast uw bijstandsuitkering stopt of als u minder uren gaat werken heeft u mogelijk recht op een WW-uitkering van het UWV. U heeft recht op een WW-uitkering omdat u via uw werkgever elke maand een verzekeringspremie hiervoor heeft betaald.

Als u – nadat uw werk is gestopt - een bijstandsuitkering aanvraagt, moet u ook altijd een WW-uitkering aanvragen. Een WW-uitkering is namelijk een voorliggende voorziening. Dit betekent dat u eerst gebruik moet maken van deze voorziening en dat de bijstandsuitkering de WW-uitkering aanvult als u onder het minimum komt. WerkSaam zal dan ook altijd vragen wanneer u minder uren gaat werken of werkloos wordt of u mogelijk recht heeft op een WW-uitkering.

U heeft recht op een WW-uitkering als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • U moet op basis van een arbeidsovereenkomst aan het werk zijn. Dan bent u namelijk via uw werkgever verzekerd voor een WW-uitkering.
  • U moet werkloos zijn of minder uren gaan werken.
  • U moet voldoen aan de wekeneis. Dit betekent dat u in een periode van 36 weken voor uw werkloosheid minimaal 26 weken gewerkt moet hebben.
  • U moet niet zelf verantwoordelijk zijn voor uw werkloosheid. U bent zelf verantwoordelijk als u op staande voet ontslagen bent, ontslag neemt, akkoord gaat met uw ontslag of urenvermindering. U heeft wel recht op WW als u ontslag heeft genomen omdat u een nieuwe baan had die door bijvoorbeeld het COVID-19 virus niet meer start.

 U kunt een WW-uitkering een week voordat u werkloos wordt of minder uren gaat werken digitaal aanvragen bij het UWV.nl

 Wanneer de hoogte van uw WW-uitkering onder het sociaal minimum ligt heeft u mogelijk recht op een toeslag. De hoogte van deze toeslag is afhankelijk van uw leefsituatie. Als u een WW-uitkering ontvangt moet u maandelijks uw inkomsten doorgeven bij het UWV. De betaalspecificatie die u van het UWV ontvangt kunt u vervolgens bij WerkSaam inleveren.