Wijziging inkomstenvrijlating sinds april 2016

Wanneer u van ons een uitkering ontvangt en parttime gaat werken, dan heeft u mogelijk recht op een inkomstenvrijlating. Dit betekent dat een gedeelte van de inkomsten die u gaat verdienen niet in mindering wordt gebracht op uw uitkering. De vrijlating bedraagt 25% van uw inkomsten uit werk, met een maximum van € 198,- per maand.

Tot 1 april 2016 kon de inkomstenvrijlating alleen worden toegekend voor 6 aaneengesloten maanden. Sinds 1 april 2016 is dit gewijzigd. De totale duur van de vrijlating blijft maximaal 6 maanden, maar dit hoeven niet 6 aaneengesloten maanden te zijn. Als u een maand niet heeft gewerkt, dan schuift het recht op de vrijlating gewoon een maand door. De totale periode waarbinnen de vrijlating van toepassing is, is 24 maanden. Daarna bestaat geen recht meer op vrijlating, ook niet als u nog geen 6 maanden vrijlating heeft gehad omdat u minder maanden heeft gewerkt.

Voor de personen die na 1 oktober 2015 zijn gaan werken geldt een zogenaamd overgangsrecht. Dat betekent dat de maanden waarin niet is gewerkt en geen inkomstenvrijlating is genoten, nog mogen worden benut na 1 april 2016.

Door deze wijziging wordt het voor u nog aantrekkelijker om te gaan werken, omdat er een grotere kans bestaat dat u de 6 maanden vrijlating ook daadwerkelijk kunt benutten.

Meer informatie

Meer informatie over de inkomstenvrijlating vindt u op de pagina Heeft u recht om inkomstenvrijlating?